Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/28

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

10

door de kegels der vulkanen, goede bekenden van den zeevaarder.

De kustvlakte is smal, ontbreekt zelfs hier en daar. Meestal een smal, helder wit strand; gezellige klapperbosschen getuigen van mensсhelijke vestiging. Een flinke, witte streep branding teekent zich af vóór de kust. Koraaldieren hebben hier en daar de voorwaarden voor hun bestaan gevonden, een vasten, ondiepen bodem, moddervrij water, voldoenden golfslag. Er zijn koraaleilanden en zoomriffen ontstaan.

De Westkust rust als het ware op een voetstuk; de zee wordt spoedig dieper en buigt naar de Westelijke eilandenrij weer op. Ook de kustvlakte vertoont eenige neiging tot het aannemen van den terrasvorm in plaats van de zeer geleidelijke helling. Langs een der passen over of poorten door het gebergte naar zee afdalend passeert men meermalen een betrekkelijk vlak stuk; daarop volgt een gedeelte met meer daling, een dieper insnijden en sneller stroom der rivieren, en daarop, soms vlak aan zee, weer een geheel vlak gedeelte.


Lagunenkust.

Deze laatste vlakke kuststrooken zijn gunstige terreinen voor het vormen der lagunenkust, die op sommige deelen van Sumatra's Westkust overheerscht.

De lagunen heeten hier rawang en zijn volgegroeid met roembia- en nipah-palmen. Op menig plekje zijn echter ook wel sawah's aangelegd. Zij bevatten zoet of brak water.

De rivieren vinden hun monden verstopt door de opgewaaide zandstrook—soms zijn het zelfs lage duinen—langs de kust. Zij overstroomen het vlakke land achter deze „lido"[1]. Evenwijdig met de zandstrook loopt de rivier voort, zoekend naar een uitweg voor hare wateren. Andere rivieren, in hetzelfde geval verkeerend, ontmoet zij daarbij, tot een uitweg is gevonden, waarvan de drempel bij laag water wel eens bloot komt.

Op de lido's liggen de dorpen. Deze zandstrooken aan zee zijn voor de teelt van klapperboomen zeer geschikt. De boomen mogen

  1. Naar plaatsnamen te oordeelen schijnen deze lido's in het Maleisch met de namen gosong, gēsēng of gasang te worden aangeduid.