Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/288

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

234

'sjaars bedragen; die van de Buitenbezittingen het dubbele daarvan. Celebes e.O. produceert ruim 15; Menado bijna 15 van al de oopra dor Buitenbezittingen. Daarop volgt de Westerafdeeling van Borneo met in 1913 bijna 24 millioen K.G.

In 1913 bedroeg de uitvoer der eigen productie van copra uit:

Westkust van Sumatra   14 723 000 K.G.
Oostkust van Sumatra 5 404 000 K.G.
Atjeh e.O. 3 909 000 K.G.
Tapanoeli (Nias en Natal) 3 826 000 K.G.
Lampoengsche districten 416 000 K.G.
Bengkoelen 380 000 K.G.

In Atjeh neemt de klapperteelt sterk toe op de Westkust en in Pidië; in Bengkoelen en Indragiri is zij in opkomst. Te Koeta Radja is kort geleden eene coöperatieve oliefabriek opgericht voor Inlandsche producenten.


Klapperaanplant door Europeanen.

Ook Europeanen zijn zich gaan bezighouden met de klapperteelt. De meeste ondernemingen zijn echter nog te jong om eene productie van beteekenis te leveren. Dikwijls worden op dezelfde perceelen ook rubber en padi, een enkele maal koffie en rotan verbouwd. Op Sumatra's Westkust bestonden op uit. 1913 een 16-tal ondernemingen voor klapperteelt op erfpachtsgronden, tezamen 2000 bahoe groot. In Bengkoelen waren drie erfpachtsperceelen (o. a. een op Engganau) en particuliere landjes, ruim 400 bahoe groot, gedeeltelijk met klappers beplant; in de Lampoengs zeven groote erfpachtsperceelen van tezamen ruim 7000 bahoe; in Tapanoeli en op Nias een zestal van 3400 bahoe.

In Palembang is het groote riviereiland Rimau, bewesten de Moesidelta, in erfpacht uitgegeven voor de teelt van klappers, rotan en kaoetsjoek. In Atjeh zijn 46 kleinere en grootere klapperperceelen uitgegeven, ter gezamenlijke grootte van 32 000 bahoe, de kleine meest aan Chineezen, de groote op Atjeh's Oostkust aan Engelschen en Duitschers.

De grootste Europeesche klapperaanplantingen liggen echter in