Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/295

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

241

Vroeger was de handel in Palembangsche katoen bijna geheel in handen van Chineesche en Arabische handelaren, die de bevolking door bedrog met de gewichten en onereuze voorschotten misleidden. Zij verkochten de katoen meest naar Singapoera.

Het product bleek in gezuiverden toestand wel geschikt voor de Europeesche markt. De pogingen van het Gouvernement om op coöperatieven grondslag de katoen ter plaatse te doen zuiveren had geen succes, waarom geen gebruik werd gemaakt van het aanbod van bovengenoemde vereeniging om eene complete zuiveringsinstal- latie beschikbaar te stellen.

Daarna is door de Djambi-Maatschappij zoodanige moderne instal- latie opgericht, waarop andere zijn gevolgd.

De uitvoer van Palembang bedroeg in 1913 ongeveer 8 millioen K.G., ter waarde van 123 millioen gulden. Hierbij was ruim 400 000 K.G. gezuiverd product. Van Palembang wordt nu jaarlijks zaad van veredelde katoen-variëteiten naar andere gewesten ge- zonden. Zal de katoencultuur in onze koloniën eene toekomst hebben, dan moeten de planters onafhankelijk worden van de Chineesche en Arabische opkoopers en de zuivering van de katoen geheel in het gewest geschieden. De olie en het veevoeder, uit de katoenpitten bereid, kunnen dan een bron van winst worden, terwijl de transport- kosten aanmerkelijk verminderen.

 

Kleine Inlandsche cultures.

Nog blijven te vermelden enkele kleine Inlandsche cultures, waar- over tevoren nog niet is gesproken en die, al hoort men er weinig van, tezamen aan vele bewoners des lands een bestaan verschaffen. Vooral in de Padangsche Bovenlanden geven deze kleine cultures aan het bebouwde landschap veel afwisseling.

 

Koffie.

De Gouvernements-dwangkoffiecultuur is in 1908 op Sumatra's Westkust en in Tapanoeli afgeschaft. Daarop volgde eerst achter- uitgang der koffieproductie, doch nu de cultuur geheel vrij is, valt sedert 1911 weer eene aanmerkelijke rijzing te constateeren. Te Padang werd in 1915 weer 72 888 pikoel uit- en 28 094 pikoel ingevoerd. Dit geeft als cijfer voor de eigen productie van het ge-