Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/304

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

248

van Sumatra geen land van groote Europeesche cultures geworden.

De kleine perceelen in de Benedenlanden, aan verschillende cul- tures gewijd, in hoofdzaak klappers, kennen wij reeds. De hoofdzaak is de koffie in de Bovenlanden.

Daar liggen een achttal groote ondernemingen, waarvan 7 in de afd. Solok en 1 in Agam, terwijl verscheidene kleine landen verspreid liggen. De koffieteelt blijft sedert jaren vrijwel stationnair. Over 1913 wordt eenige uitbreiding medegedeeld. Als bijproducten kun- nen genoemd worden rubber, cassis (kaneel) en ook kina. In 1912 werd 48 000 K.G. kinabast uitgevoerd, in 1913 67 600 K.G.

Naar het schijnt, zal de onderafdeeling Ophirdistricten ten op- zichte der groote cultures meer beteekenis krijgen.

Over de zich in dit gewest ontwikkelende theecultuur zie men § 49.

 

Tapanoeli.

In Tapanoeli zijn tot einde 1914 37 erfpachtsperceelen uitgegeven met 50 713 baboe oppervlakte. In Angkola ligt een groot koffie- land ; tabak en klappers zijn van mindere beteekenis; overigens is het hier kaoetsjoek, al of niet met koffie gepaard, op 13 onder- nemingen, die aan een deel van het gewest eene toekomst belooft, hoofdzakelijk in de Batang Toroe-districten.

 

Erfpachten in Atjeh en op de Oostkust.

Van Sumatra's Oostkust is alleen het eiland Bengkalis en de omgeving van Laboehan Batoe direct Gouvernementsgebied; van Atjeh zoo goed als alleen de afd. Groot Atjeh.

In deze paragraaf valt dus alleen melding te maken van 7 erf- pachtsperceeltjes op Bengkalis en 52 in Groot Atjeh, met resp. 270 en :i905 bahoe oppervlakte. Op de eerste worden klappers, pinang, rotan, sagoe en wat rubber geteeld; in Atjeh noemden we reeds de, meest Chineesche, klapperaanplantingen en de peper op Wē.

Waar op Java uit. 1913 ruim 1600 erfpachtsperceelen waren uitgegeven, bedroeg dit aantal op Sumatra ± 360 en op de geheele Buitenbezittingen ± 460.

 

Landbouwconcessie's in Atjeh en Indragiri.

In de afdeeling Oostkust van Atjeh ontwikkelt zich snel de groote landbouw, in aansluiting met die van Sumatra's Oostkust.