Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/73

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

43

Padang Sidimpoean is bijna vlak; het verval dor Angkola-rivier is dus gering. Het Zuidelijke deel is meer een bergland en steiler. De pashoogte tusschen Raǒ en Moeara Sipongi is + 800 M.; Moeara Sipongi ligt op 700 M.; de vroegere controleurs-standplaats Hoeta Nopan is nog 432 M.; Panjaboengan 222 M.; het laagste deel 170 M.; Padang Sidimpoean 280 M. hoog.


Islamiseering van de streek.

Toen tijdens de laatste bedrijven van den Padri-oorlog het krijgstooneel zich verplaatste naar Mandailing (van 1830—1838), is op de pashoogte het fortje Sevenhoven of Balong en te Panjaboengan het fortje Elout opgericht.

De krijgsbedrijven ten tijde der Padri's gingen gepaard met de Islamiseering van de streek en gedeeltelijk ook van het Oostelijker gelegen Padang Lawas. Omstreeks 1850 waren Mandailing en Angkola vrijwel geheel Mohammedaansch. De Islam is hier dus nog nieuw als algemeene godsdienst; niettemin is het proces der Islamiseering vrij intensief geweest. De Mandailingers en de verwante Angkoleezen zijn ijverige Mohammedanen; Sipirok is voor 80% Mohammedaansch; in het Noorden wordt door Moslimsche en Christelijke Zending gekampt om den voorrang. In geen ander deel van Indië, waar de Christelijke Zending werkt, is het antagonisme tusschen de beide godsdiensten zoo duidelijk merkbaar als hier: zij ontmoeten elkaar als concurrenten op braakliggend heidensch territorium en meer dan elders wordt met ijver en systeem gepropageerd. De kuststreken zijn al sinds eeuwen Mohammedaansch.


Economische toestand.

De gebrekkige communicatie met de kust is ook hier de kanker des lands. Voor eene zoo mooie vlakte met vruchtbaren bodem is de bevolking te dun, de economische toestand te gedrukt. In enkele streken is de bevolking betrekkelijk dicht opeengehoopt, maar zelfs op liet vlakke meerdiluvium zijn nog uitgestrekte wildernissen, inzonderheid in het laagste middendeel. De gebergten zijn nog zoo goed als onbewoond. In Noord-Angkola en langs den nieuwen, thans voltooiden weg naar Sibolga komt wat meer vertier, waartoe de nieuwe rubber-ondernemingen meehelpen. De bevolking neemt daar wel toe.