Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/81

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

51

maar neemt in de kustvlakte weer den naam Panai aan. Na de vereeniging is de stroomsnelheid zeer gering wegens het kleine verval.

Bij het intreden van het Gouvernement Oostkust van Sumatra stroomt de Baroemoen door Kota Pinang, een onbeduidend landschapje, maar dat vroeger, tusschen onze eerste en tweede vestigingen in Padang Lawas, daar last genoeg veroorzaakte. Ook had de Jang di Pertoean veelmalen twist met zijn benedenbuur, den bestuurder van Panai, om het bezit van Laboehan Batoe. De twist eindigde met de inlijving van Laboehan Batoe en de vestiging van een controleur aldaar in 1864.

De invloed van het nabijgelegen cultuurgebied van Sumatra's Oostkust doet zich in het tot heden doode Panai en Bila reeds gevoelen. Men wil deze streek tot de korenschuur van de Oostkust maken en er irrigatiewerken en sawah's aanleggen. Gelukken zal het wel, mits er maar menschen komen. Ook de zoo spoedig winst opleverende klapper-cultuur begint hier te ontluiken.


Sipirok.

Sedert 1907 is Sipirok geen controleursstandplaats meer, doch met Angkola tot ééne onderafdeeling samengesmolten; hoofdplaats Padang Sidimpoean.

Het middenstuk is het hoogst en valt samen met de hoogvlakte van Sipirok, 700 à 900 M. boven den zeespiegel. In het Z.W. ligt de Boeal-Boeali, met veel heete bronnen (1819 M. hoog), in het N.W. de even hooge Dolok Saoet.

Noordelijk van het plateau van Sipirok en bezuiden de BovenBila ligt het eenzame plateau van Si Lantom, in 1907 aan de onderafd. Hoogvlakte van Toba toegevoegd.

Van het administratieve Sipirok, ter oppervlakte van de helft der provincie Utrecht, is maar een klein deel bebouwd, doch dat dal is dan ook één sawahvlak met zeer dichte, welvarende en in aantal toenemende bevolking. Alleen de koeria (het district) Sipirok telt meer dan 12 000 zielen.

Angkola heeft in de lotswisselingen van het naburige Mandailing gedeeld. Van 1832 af stond de bevolking nominaal onder onze bescherming; tot 1837 was het geheel in de macht van den beruch-