Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/83

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

53

door goeroe So Malaïng, lijfarts van Singa Maharadja. Hun optreden schijnt te verloopen in amuletten- verkoopenj.


Koealoe.

De Koealoe-rivier verzamelt het water van Midden-Habinsaran en heeft eene soortgelijke monding als de Panai-Bila. In die monding stort zich ook de Leidoeng uit. Het landschap Koealoe en Leidoeng is in 1886 definitief onafhankelijk geworden van Asahan, onder welks suprematie het vroeger stond.


§ 15. Si Lindoeng en de Zuidelijke Toba-hoogvlakte.

We komen thans in het land der Toba-Bataks, waar het Christendom op Heidenschen bodem een vruchtbaar arbeidsveld vond. Slechts in Pahaē wonen 500 a 600 Mohammedanen.

Toen in 1842 de residentie Air Bangis werd opgeheven en de residentie Tapanoeli—tot 1906 als onderdeel van het Gouvernement van Sumatra's Westkust—werd gevormd, behoorden ook deze „meer Noordelijke Batak landen" in naam tot deze residentie. (Van 1883 tot 1906 was Padang Sidimpoean de gewestelijke hoofdplaats). In 1877 hadden in Toba vijandelijkheden plaats, voornamelijk door het optreden van Si Singa Maharadja (zie beneden), die in 1878, 1883, 1887 en 1889 expeditie's tegen dezen priestervorst ten gevolge hadden.


Optreden der Zending.

In dit gebied werkt sedert 1860 de zending; feitelijk begon deze in Angkola en Sipirok, doch al spoedig verlegde zij haar voornaamste arbeidsveld meer naar het Noorden en sedert is hare geschiedenis samengeweven met die der vestiging van ons daadwerkelijk bestuur. Veelal geschiedde de inlijving op verzoek der volkshoofden en zoo werd in 1890 door de vorming der afdeeling Si Lindoeng in Toba direct bestuur ingevoerd.

De tegenwoordige administratieve indeeling van jSoord-Tapanoeli dateert in hoofdzaak van 1906.


Natuurlijke gesteldheid.

Het Westelijke grensgebergte van het Batang Toroe-dal is niet