Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/96

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

66

Poerba zijn echte bergstreken. Tano Djawa en Siantar echter hijgen geleidelijk op tot den bergkam, naar den hoogBten top van 2200 M., wel de Si Manoek-Manoek-keten genoemd, die eerst de grens vormt met Oeloean (onderafd. Toba) en daarna bij Parapat in de Dolok Marbalatoek (1650 M.) den steilen meerrand vormt tot aan de Tandoek Benoea of Dolok Piso-Piso toe.

Op natuurschoon kunnen de eentonige alang-alangvlakten van Si Baloengoen nier bogen. De naam beteekent volgens Joustra: eenzaam, verlaten, droefgeestig. De zacht glooiende, vruchtbare en waterrijke vlakte is echter als voor sawah-aanleg geschapen.

De eigenlijke Karo-hoogvlakte is 30 à 40 K.M. breed en daalt, zooals we zagen, naar het "Westen. Het deel der hoogvlakte ten N. van de hoofdwaterscheiding is grooter dan dat ten Z. Het O. deel der hoogvlakte is werkelijk vlak en de rivieren stroomen hier in smalle, diepe ravijnen; deze zijn van 50 tot 100 M. diep en soms 4 à 5 uur lang. Op de bodems vindt men sawah's daar, waar de aanleg mogelijk was; op het niveau der vlakte geven de eindelooze alang-alang-velden aan de streek een doodsch aanzien, zoodat men, waar de sawah's zoo verborgen liggen, geenszins zou vermoeden, dat de streek nog zoo bevolkt was.

Het vlakke Oostelijke deel is 1000 tot 1300 M. hoog; het heuvelachtige gedeelte, dat tegen de Alaslanden aanleunt, niet meer dan 400 M. De Doesoen is een zeer geaccidenteerd heuvelterrein met ZuidNoord loopende, diepe rivierdalen, die het verkeer in O.W. richting zeer bemoeielijken.

De min of meer vlakke gedeelten bestaan weer uit dikke tuflagen, vooral in het O. der Karo-vlakte zeer zwaar (tot 400 à 500 M.). Een deel van de N. bergketen, tusschen de Sinaboen en de doorbraak van de Laoe Biang of Bampoe, is een verbrokkelde rand van het oude, vóór-tertiaire gebergte; ook het Z. gebergte, de Wilhelminaketen, is van denzelfden geologischen leeftijd.

De jongste andesiet-vulkanen, o. a. de Sibajak en de Sinaboen, liggen in het N. gebergte.


Rivieren.

De Asahan-rivier heeft in haar bovenloop stroomversnellingen en