Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/107

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
95

Ik begryp hoe Willem van Guillaume komt, en moet erkennen dat ik, vooral in de Molukken, zeer dikwyls «liplappen» heb leeren kennen, die me deden verbaasd staan over den omvang hunner kennis, en die my op 't denkbeeld brachten dat wy Europeanen, hoeveel hulpmiddelen ons ook ten-dienste stonden, dikwyls – en niet vergelykender-wyze alleen – verre ten-achteren staan by de arme pariah's die van de wieg af hadden te stryden met kunstmatig-onbillyke terugzetting en 't zot vooroordeel tegen hun kleur.

 

Maar mevrouw Slotering was eens-voor-al gevrywaard voor fouten in 't hollandsch, omdat ze nooit anders dan maleisch sprak. We zullen haar later te zien krygen, als we met Havelaar, Tine en kleinen Max thee-drinken in de voorgalery der adsistent-residentswoning te Rangkas-Betoeng, waar ons reisgezelschap, na lang hotsen en stooten, eindelyk behouden aankwam.

 

De resident, die slechts was meegekomen om den nieuwen adsistent-resident in zyn ambt te bevestigen, gaf den wensch te kennen nog dienzelfden dag naar Serang terugtekeeren:

 

– Omdat. Hy.

 

Havelaar betuigde insgelyks bereid te zyn tot allen spoed …

 

– Het. Zoo. Druk. Had.

 

… en de afspraak werd gemaakt, dat men daartoe over een half uur in de groote voorgalery der woning van den Regent zou by-eenkomen. Verbrugge, hierop voorbereid, had reeds voor vele dagen aan de Distriktshoofden, den Patteh, den Kliwon, den Djaksa (42) den belasting-kollekteur, eenige mantries, en voorts aan alle inlandsche beambten die deze plechtigheid moesten bywonen, last gegeven zich op de hoofdplaats te verzamelen.