Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/124

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
112

Bandoeng (54) dat daar ten-oosten ligt, uwe streken bezoekt, en vraagt: «waar zyn de dorpen, en waar de landbouwers? En waarom hoor ik den gamlang niet, die blydschap spreekt met koperen mond, noch het gestamp der padie uwer dochters?»

Is het u niet bitter, te reizen van hier tot de Zuidkust, en de bergen te zien die geen water dragen op hunne zyden, of de vlakten waar nooit een buffel den ploeg trok?

Ja, ja, ik zeg u dat uw en myn ziel daarover bedroefd is! En daarom juist zyn wy Allah dankbaar dat hy ons macht heeft gegeven om hier te arbeiden.

Want wy hebben in dit land akkers voor velen, schoon de bewoners weinig zyn. En het is niet de regen die ontbreekt, want de toppen der bergen zuigen de wolken des hemels ter aarde. En niet overal zyn rotsen die plaats weigeren aan den wortel, want op veel plaatsen is de grond week en vruchtbaar, en roept om de graankorrel die hy ons wil weergeven in gebogen halm. En er is geen oorlog in het land die de padie vertreedt als ze nog groen is, noch ziekte die den patjol nutteloos maakt. (55) Noch zyn er zonnestralen, heeter dan noodig is om het graan te doen rypen dat u en uw kinderen voeden moet, noch banjirs die u doen jammeren: «wys my de plaats waar ik gezaaid heb!» (56)

Waar Allah waterstroomen zendt, die de akkers wegnemen … waar Hy den grond hard maakt als dorre steen … waar Hy Zyn zon doet gloeien ter verschroejing … waar Hy oorlog zendt, die de velden omkeert … waar Hy slaat met ziekten die de handen slap maken, of met droogte die de aren doodt … daar, Hoofden van Lebak, buigen wy deemoedig het hoofd, en zeggen: «Hy wil het zoo!»

Maar niet aldus in Bantan-Kidoel!

Ik ben hier gezonden om uw vriend te zyn, uw ouder broeder. Zoudt gy uw jongeren broeder niet waarschuwen als ge een tyger zaagt op zyn weg?

Hoofden van Lebak, we hebben dikwyls misslagen begaan, en ons land is arm omdat we zooveel misslagen begingen.

Want in Tjikandi en Bolang, en in het Krawangsche, en in de ommelanden van Batavia, zyn velen die geboren zyn