Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/22

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
10
dat ik de eer had gehad van den heer Saffeler te vernemen – Saffeler reist voor Stern – dat de geachte chef der firma, de heer Ludwig Stern, een zoon had, den heer Ernest Stern, die ter volmaking zyner kommercieele kennis, eenigen tyd in een hollandsch huis wenschte geëmploieerd te zyn. Dat ik met het oog op
 

Hier herhaalde ik weer al die onzedelykheid, en vertelde de geschiedenis der dochter van Busselinck & Waterman. Niet om iemand zwart te maken … neen, bekladden ligt nu juist heelemaal niet in myn manier! Maar … het kan nooit kwaad dat ze 't weten, dunkt me.

 
dat ik met het oog dáárop, niets liever wenschte dan den heer Ernest Stern belast te zien met de duitsche korrespondentie van ons huis.
 

Uit kiesheid vermeed ik alle toespeling op honorarium of salaris. Maar ik voegde er by:

 
Dat, indien de heer Ernest Stern het verblyf ten onzen huize – Lauriergracht N° 37 – wilde voor lief nemen, myn vrouw zich bereid verklaarde als een moeder voor hem te zorgen, en dat zyn linnengoed in huis zou versteld worden.
 

Dit is de zuivere waarheid, want Marie stopt en maast heel lief. En ten-slotte:

 
Dat by ons de Heer gediend werd.(3)
 

Die kan hy in zyn zak steken, want de Sterns zyn Luthersch. En ik verzond myn brief. Ge begrypt dat de oude Stern niet goedschiks by Busselinck & Waterman kan overgaan, als de jonge by ons aan 't kantoor is. Ik ben zeer benieuwd naar het antwoord.