Pagina:Multatuli - Minnebrieven.djvu/48

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


Tweede geschiedenis van Gezag.

Voltaire heeft gezegd: Si Dieu n'existatt pas, ilfaudrait l'lnventer! Zekerlijk. Alle magt is uit God. Wie magt wil, wil God. Wie magt, gezag, noodig heeft, maakt zich een god. Dat deed Mozes, Confucius, Zoroaster, Numa, Columbus, Cortez. Dat deden alle volksleiders, wigchelaars, toovenaars, priesters. Dat doet nog heden ten dage ieder die heersenen wil. Het getal goden is zoo groot als het getal begeerten. Bij iedere nieuwe begeerte een nieuwe god.

Holloway maakt goden uit onbekende geneesheercn, die u gelasten zijn pillen te koopen. „Alzoo spreekt de Heer," zegt Mozes, en „alzoo Dr. die," zegt Holloway. Gehoorzaamt en koopt, en beiden zeggen er bij: „opdat uwe ziel niet verderve."

Een dienstmeisje ging uit met de kinderen van haren meester. Zij ontving den last die goed te bewaken. Maar zie, de kinderen waren ongehoorzaam, en liepen vér, zoodat haar opzigt te kort schoot, en hare zorg ijdel was.

Daarop schiep zij uit „niets" een zwarten hond, die elk kind bijten zou, dat niet in 'hare nabijheid bleef. En de kinderen waren bevreesd voor dien hond, en werden zeer gehoorzaam, en bleven bij haar. In de overlegging van haar hart beschouwde zij den god dien zij gemaakt had, en zij zag dat het goed was.

Maar die kinderen werden waanzinnig, uit vreeze voor dien hond.

En dat zijn ze gebleven tot op dezeii dag.

Derde geschiedenis van Gezag.

Een reiziger was beladen met goud en zilver. Uit vreeze voor roovers had hij zich voorzien van wapenen. Ook volgden hem zijne dienstknechten, in groot getal,