Pagina:Noorsche Volksvertellingen.djvu/79

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

DE VERTELLINGEN VAN DEN DOODGRAVER.

 

 

Een badgast te Eidsvold heeft niet veel meer te doen dan zich voldoende beweging te verschaffen. Reeds den dag na mijne aankomst ging ik daarom Peter, den doodgraver, opzoeken, die in Store Finstad woonde, een kwartier ten zuiden van de rivier. Met groote moeite kwam ik in dit ordelooze nest van dicht opeengebouwde winkel- en woonhuizen, 's mans verblijf op 't spoor. In het voorhuis vond ik niemand, maar in een armelijk kamertje zat eene oude vrouw op een' stoel zonder rug te spinnen. Ik deed haar eenige vragen, waarvan de eerste slechts werd beantwoord met een' uitvorschenden blik, de tweede en derde met een »Hè?" Toen ik eindelijk voor de vierde maal vroeg, of ze mij ook kon zeggen, waar Peter, de doodgraver, was, antwoordde zij: »O, Graven, ligt hier nog een goed kwartier vandaan." — »Neen, Peter, de doodgraver," schreeuwde ik. »Ja Graven ligt naar 't oosten; ga 't dal maar door, dan kom-je er van zelf." — Sedert vernam ik, dat de naaste hoeve »Graven" heette.

»Grootmoeder is wat hardhoorend," zei eene stem uit den donkeren hoek, waarin ik eerst niets had kun-

5