Pagina:Pallieter.pdf/121

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


kneukelde glimlachend den vaak uit de oogputten, geeuwde en lei gelukkig heur hoofdje een wijle terug in den hals van Pallieter.

Ze hieven zich eindelijk op uit de warme plek, lachten om hun klamme, verfronselde kleeren en om het hooi dat in hun haren stak.

En luide klappend en zingend, arm aan arm, huppelden ze naar huis, frisch lijk salaad, en verlangden naar versche kleeren en heete koffij.

Een herder toette op zijn horen en de klokken begonnen te luiden: 't was dag!