Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/120

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 108 )

Marktplein, ook vind men 'er eene ſchoone Kerk en een fraai Kasteel. De ſtraaten zijn belegd met keiſteenen. – Tilburg draagt grooten roem 'er op, dat voor eenige jaaren één van deszelfs Inboorlingen, als Primus van de Leuvenſche Akademie alhier wierd ingehaald, deeze plegtiglieid geſchiede met allen pracht en luister, hij wierd bijna als eenen halven God, als een mensch, ver boven anderen vooräl in kunde uitmuntende, verëerd; zijne inhaaling wierd bijna op dezelve wijze verricht, als men leest, dat de oude Redenrijkers hunne intogten in de een of andere Stad hielden; men maakte bij die gelegenheid ellendige rijmen, vooräl jaarſchriften, want deeze zijn de geliefkoosde rijmen der Brabanders. – Zie hier één der besten, die ik 'er van gevonden heb, en dan kunt Gij over de anderen ligtlijk oordeelen, hoe ſchoon zij geweest zijn:

eCCe t Is Voorzeker en geVVIs
Dat Van gILs prIMUs Is.

Wat dunkt U van dit vers? men lapte 'er een latijnsch woord bij, om toch het zoo geliefd jaartal te kunnen vinden. – Hier weeft men, even als te Geldorp, veele wolle lakenen, welke Weverijën hier de hoofdfabriek uitmaaken; de lakenen, die men hier vervaardigd, zijn zeer ſchoon, en 'er worden duizende ellen van verkocht onder den naam van Leidſche, ſchoon zij Leiden nooit gezien hebben. – Het is tijd, dat ik mij naar bed begeef, want het is reeds laat, dus laat ik

dec-