Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/142

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 130 )

dat gemaakt is op den eerſten Hervormden Schepen, die aldaar, om den Godsdienst, in den avond verraderlijk wierd doodgeſchooten, gelijk blijkt uit het onderſtaand vers, dat hij met een roer (een Majorijsch woord betekenende een ſnaphaan) wierd gewond, letterlijk opgeeven, zoo als ik hetzelve op eenen blaauwen zerk, liggende voor het Choor in de Kerk, las. – Ik had hetzelve in mijne Adverſaria gelegd, en dewijl ik dezelve thands, om den tijd te korten, van vooren tot achter eens weêr doorblader en herlees, vond ik hetzelve, tot mijne groote blijdſchap weder. – Hier is het:

Om trovhijt voor Godts woordt, om iver voor het recht,
Zijn lagen onder weg aen Jacop Govrts gelecht,
Als bij vijt ſijn beroep quam in den avoent ſtont;
Een moorder met een roer hem doodelijck heeft gewondt.
Ter eeren ſij ghedacht den naam van deſen Man,
Die om Godts woort en 't recht de doot af wachten kan.

Het randſchrift om den zerk is het volgende:

Hier licht begraven Jacop Govrts van der Horst, in ſijn der tijt Schepen der Heerlijchijt Deurne en desſelfs Dinghbanck, die op den 28 Mij in den Heere is ontſlapen 1670.

Het verwondert mij, dat men deezen zerk, gelijk men op veele plaatzen met de zerken gedaan heeft, niet uit de Kerk heeft geſmeeten, te meer wijl deeze zerk ten getuigen ſtrekt, dat de haat der Roomſchen tegen de Hervormden reeds in de

voo-