Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/63

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 51 )

rijk gekomen zijnde, verzocht hij den Biegtvader, om toch de eerſte Jagtpartij bij te woonen, deeze bewilligde; doch zoodra de Valk losgelaaten zijnde, hem zag, viel hij op hem aan, mishandelde den armen Monnik geweldig met zijnen krommen bek en ſcherpe klaauwen, en zou hem buiten twijfel de oogen uit het hoofd gehaald hebben, wen de Valkenier hem niet gered had. De goede doch domme Monnik Biegtvader meende, dat dit eene rechtvaardige ſtraf des hemels was, wegens zijn voorig gedrag omtrent den Valkenier; hij raadde derhalven, om voor zijne misdaad te boeten, den Koning zoo ſterk aan, als hij het van te vooren had afgeraaden, om toch den Valkenier, wijl de Valkenjagt een geheel onſchuldig vermaak der Vorsten was, bij zich te houden. –

In dit Dorp is het levendig, en men hoort hier veel nieuws, dewijl de postwagen van 's Bosch op Maastricht en te rug hier door moet rijden. – Veele inwooners, door nieuwsgierigheid gedreeven, vervoegen zich bij den postwagen, die hier altijd ſtilhoud, vraagende de reizigers, en hier door gebeurt het, vooräl als een der reizenden wat grappig is, dat de vraagers belaaden met leugens te rug keeren, welke zij dan weêr voor echte waar uitventen. Door dit Dorp loopt ook den weg op Luik. Men had voor eenige weinige jaaren het plan, om den ſteenweg van 's Bosch, die maar vier uuren ver beſtraat is, verder voord te leggen tot de grenzen van Luikerland. Dit werk bleef ſteeken, doch de bedding van dien

weg
D2