Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/64

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 52 )

weg en de noodige ſteenen bruggen zijn reeds gemaakt. In het Luikſche is die weg reeds voltrokken, jammer is het, dat die weg niet voltooid is; het zou een zeer ſchoone weg geweest zijn van 's Bosch naar Luik, en dus meer dan twintig uuren lang. – Van Valkenswaard ging ik, wijl het zeer warm was, met eene kar naar Geldorp. Eene kar is een rijdtuig van geduld, het ſtaat op twee wielen, en is overdekt met een linnen zeil, dat men hier eene huif noemt; eene kar word getrokken door één paard, hetgeen ſtapvoets voordgaat, en de voerman ſlendert 'er te voet aan de linke zijde nevens, hij regeert zijn paard met de woorden hot en haar, dat is regts en lings. Het verwondert mij, dat Martinet zegt de betekenis deezer woorden niet te weeten; Melis Stoke kon hem leeren, dat haar betekent hier, want ik lees bij deezen ouden Dichter:

Des conincs broeder, ionghe Florens,
Lach in den dunen, haer en ghems,
Met ſinen vrienden – – –

Haer is dus hier of lings, wijl de voerman aan de linke zijde gaat van het paard, hetwelk op het woord haar naar hem toekomt. Hot moet misſchien hor weezen, en dan betekent het volgends den grooten Huydecoper bij Stoke zoo veel als weg! deeze betekenis is zeer natuurlijk, omdat het paard op het woord hot van den voerman afwijkt. Misſchien is dit woord nog oud

Cel-