Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/86

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 74 )

Maria. Al bidden zij, daaröm ſtaat hun werk niet ſtil; ik heb gezien, dat zij eiëren kookten op het bidden van twee Pater-nosters of het Onze Vader, en als zij dezelve gepreveld hadden, waren ze gaar. De doorgeleerde Nieuwland geeft dit ook op in zijne Verlustigingen, IVde Deel, doch hij ſcheen te denken, dat dit ſchandelijk misbruik geen plaats meer had, doch in de Majorij houd hetzelve wel degelijk ſtand. Ook heb ik 'er kinderen om zien ſpeelen; die het ſpel verliest moet een kruis maaken, een Ave-Maria of een Onze Vader bidden voor die wint. De bedelaars prevelen ook, met eene vrij luide ſtem, aan de huizen en op ſtraat het Onze Vader, en dit is een teken, dat zij een aalmoes begeeren. – De Majorijënaars, (ik bedoelde Roomſchen) zijn zoo verſlaafd aan oude gewoontens, dat zij geene verandering, al is zij nog zoo goed, willen maaken, b. v. in den Landbouw. De Heeren van Helmond, Krooi, Heeze en anderen leggen zich zeer ſterk toe, om den Landbouw te verbeteren, en ſlaagen hier zeer wel in, doch meent Gij, dat een boer dit hier wil naarvolgen, neen mijn Vriend! zijn Vader, Grootvader enz. hebben den kost gehad, en die hebben ook zoo gewerkt als hij, derhalven moet dit niet veränderd worden; op deeze wijze heb ik meer dan éénen boer hooren redeneeren, en ook (voeg 'er dit bij) van eenen Geus moet men niets leeren, onze Lieven Heer zou hen hier voor ſtraffen. Dat de reize van van der Heim, volgends opgaaf van Mar-

ti-