Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/92

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 80 )


ELFDE BRIEF.

 Allerbeste Vriend!

Mijnen laatſten brief hebt Gij reeds voor langen tijd ontvangen, dus kunt Gij wel begrijpen, dat ik mij thands niet meer te Helmond ophoude, doch waar ik ben, dit is voor U een raadſel. – Ik ben tegenwoordig te Gemert. Ik heb verſcheiden Dorpen bezocht, doch ik zal U van die allen geene beſchrijving geeven, dewijl U dit niet veel vermaaklijks zou opleveren; alleen waar ik iets uwe aandacht waardig ontmoet heb, daar zal ik uwe aandacht bezig houden. – Ik verkies Gemert, om 'er eenige dagen te blijven. Hier ben ik veel geruster, veel veiliger dan in het midden der Majorij, want door de Franſchen, die deeze plaats thands in bezit hebben, word alle dweepende vervolgzucht in teugel gehouden. – Laat mij (ik heb van alles, dat mij ſedert mijn laatſte ſchrijven ontmoet is, korte aantekening gehouden) U alles in deezen en eenige volgende brieven melden, en wanneer mij het hier begint te verveelen, dan wandel ik al weêr verder. – 's Avonds voor mijn vertrek ging ik nog eens om een pintjen op het Stadhuis te Helmond, doch merkte niets 'er op, dat uwe aandacht waardig ſcheen, ik verveelde mij ſchielijk onder een niets betekenend

ge-