Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/98

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 86 )

Verwacht binnen kort eenen grooteren brief, en geloof dat ik onveränderlijk voor U blijf, die ik altijd was, naamlijk uw getrouwe

Vriend. 




TWAALFDE BRIEF.

 Lieve Vriend!

Ik heb U in mijne voorige letteren Deurne leeren kennen ten opzigte van deszelfs merkwaardigheden, nu moet ik U ook iets zeggen van deszelfs bewooners, want dit behoort immers zoo? – Dom bijgeloof en bittere onverdraagzaamheid heerscht hier zeer ſterk, vooräl is niemand meer verbitterd tegen de Hervormden dan de Priester, zijnde een domme, bijgeloovige, lompe kaerel, en wegens deezen zijnen bitteren haat is hij door de geheele Majorij zeer berucht, zelfs, verächt bij eenigen zijner Ambtgenooten op andere Dorpen, die meer verdraagzaam handelen dan hij. – Deeze Priester wil volſtrekt de Kerk der Hervormden hebben, ſchoon de Roomſche Kerk voor een jaar zes zeven geheel vernieuwd en zeer ſchoon is. Zijne gemeente heeft hij geheel en al op zijne zijde, wijl hij zich niet ontziet, om haar den tijd te bepaalen, wanneer zij in gloria de eerde plegtige Misſe in de groote Kerk zal vieren, en hij een plegtig Te Deun zal laaten

zin-