Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/99

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 87 )

zingen; doch tot nog toe is het dien ſtommen bijgeloovigen Kerkbaas mislukt, nog, ſchoon hij geweldig woelt, vloekt en ſcheld (dit heb ik hem zeer ſterk hooren doen), heeft hij zijn oogmerk niet bereikt: echter heeft hij reeds veele ornamenten, bij voorbeeld: Predikſtoel, altaaren, biegtſtoelen en andere kostbaarheden in de uitgerooide Kloosters in Braband laaten koopen, en dezelve tegen wil en dank in de Kerk der Hervormden laaten plaatzen, dit doet hij alles maar op eigen gezag, wat dunkt U hiervan mijn Beste S........! – Ook heeft hij eenen ſteen gekocht, welken de Apostel Petrus als een oorkusſen gebruikt heeft, die ſteen, dit verzeker ik U, is wat waardig; vooräl heeft hij als een groot heiligdom ook een mirakel-bed, dat wonderen doet, aldaar gekocht, doch welke wonderen het verricht, dit heb ik niet kunnen verneemen, en dit bed bewaart hij als een onſchatbaar heiligdom in zijn huis. – ô Welk eene domheid! welk een bijgeloof!! – Doch het zij zoo het wil, dit bed zal in het vervolg zeker wonderen doen in de beurs van den Priester en van zijne Leeken, de eerſte zal 'er door gevuld en de andere 'er door geledigd worden, want wie zal niet gaarne geld aan Heeröom geeven, als hij dit bed eens mag aanraaken of kusſen, want om 'er op te ſlaapen, dit zal niet moogen geſchieden. – Te Deurne bevinden zich thands ook veele Nonnen uit een vernietigd Klooster, zij hebben aldaar een huis gehuurd, en houden eenen Pater bij zich; in één der vertrekken hebben zij, zegt men, eenen altaar en de

Pa-
F4