Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/109

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(89)

Osch heeft in voorige oorlogen zeer veel geleden. In 1498. wierd dit Dorp door den Hertog Karel van Gelder geheel afgebrand, in het vervolg is het meer dan eens door de Gelderſchen uitgeplunderd en in brand geſtoken; thands is het nog al vrij welvaarend. De voornaamſte middelen van beſtaan zijn hier de Landbouw en Veeteelt, ook woonen hier eenige Koop- en Ambachtslieden.

[In het gehucht Schadewijk, bij verkorting Schaik, ligt eene vervallen Kapel, die aan St. Antonius gewijd is]. Schadewijk zou zijnen naam ontvangen hebben ten tijde van de oude Romeinen, welke van de oude Batavieren en Inwooners deezer landſtreek, eene neêrlaag ontvangen hebbende, herwaards de wijk namen, om alle verdere ſchade te voorkomen, en hun geleden verlies te herſtellen. Ik geef U dit over zonder eenige winst, even zoo als ik het ontvangen heb, want veel geloof ſlaa ik aan dit verhaal niet.

[Schoon de Inwooners van Maasland gezegd worden minder ſlordig, meer geſchikt en minder dweepziek dan andere Majorijënaars te weezen,] zoo is men hier te Osch echter bezig, om den Hervormden de Kerk te ontneemen, want Geuzen moogen geene groote, heilige en gewijde Kerk langer in bezit houden, dit zou de godlooste Heiligſchennis van de ganſche wijde waereld zijn, en men zou zich aan eene onvergeeflijke zonde ſchuldig maaken, als men dit langer dulde. Dat in dit gedeelte der Majorij zoo wel het

bij-

F5