Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/151

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 131 )

Bij de meeste Huizen der Roomſche Majoriiënaars ſtaat de Busboom (Buxus). Zij noemen hem verkeerdlijk Palm. Deeze word, op Palmzondag gewijd zijnde door den Priester, tot allerlij bijgeloovigheden gebruikt, bijvoorbeeld: men ſteekt op elken Akker een klein Takjen van dien zoogenoemden gewijden Palm, dan is het Graan onfeilbaar beveiligd voor Hagel, Onweêr en alle ongelukken, ſchoon de ondervinding het veelmaal bevestigd heeft, dat de Hagel, welke meer dan eens ontzaglijke verwoestingen op ſommige Dorpen der Majorij heeft aangerigt, geen het minſte ontzag heeft voor een klein gewijd Takjen van eenen Busboom. De Duivel, die, volgends het gevoelen der Roomſchen, Donder en Hagelſlag verwekt, word alle dag éénen dag ouder en dus ook wijzer, misſchien of liever zeker ook onverzaagder; hij heeft ten minſten geenen ſchrik meer voor het Kruis of voor gewijden Palm. De meeste Roomſchen draagen ook een gewijd Busboomstakjen, als een zeker behoedmiddel, op hunne hoeden.

In de Peeldorpen, waar Turf gegraaven word, is zeer weinig Hout, doch op andere Dorpen, vooräl digt bij 's Bosch, heeft men zeer veel Houtgewas en Bosſchen, maar in het Kwartier van Maasland treft men geene zwaare-Bosſchen aan. – Op de meeste Dorpen brand men Plaggen, die boven van de Heide geſtoken worden; en de arme Lieden gebruiken ook wel gedroogden Koedrek om te branden; op meer dan

één

I2