Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/183

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 163 )

weinige dagen ben ik bij U, binnen weinige dagen verzeker ik U in perſoon, dat Gij in mij nog denzelfden oprechten Vriend kunt beſchouwen, die ik altijd voor U geweest ben, ja! dat niets eenige verändering kan of zal baaren in het hart van hem, die zich onderſchrijft geheel den

Uwen. 




VIER-EN-TWINTIGSTE BRIEF

 Allerbeste Vriend!

Zie daar den laatſten brief, dien Gij van mij uit deeze Stad ontvangen zult. – Ik wil derhalven een gedeelte van deezen nacht, hoe gaarne ik anders ook vroeg naar bed gaa, beſteeden, met aan U te ſchrijven, en ik wil mij niet eer ter rust begeeven, voor ik deezen brief voltooid heb, want ik kan morgen, gelijk men zegt, een gat in den dag ſlaapen, omdat ik dan niets meer te doen, niets meer te bekijken heb. Overmorgen vertrek ik van hier.

Toen ik heden morgen een gedeelte van den Wal had rond gewandeld, begaf ik mij naar de St. Jans-kerk, om dat prachtig en trotsch gebouw voor het laatst te bekijken, onder het beſchouwen van deeze Kerk, zeide ik bij mij zelven: "Trotsch gevaarte! prachtige Muuren!!....

"Zou-

L2