Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/189

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 169 )

Men heeft verder de gewoonte op ſommige Dorpen, dat, als 'er een Lijk in Huis is, terſtond de deuren en vengſters geſlooten worden; op andere Plaatzen legt men een bosch Stroo, met eenige ſteenen 'er op, voor de deur; dit Stroo is met zwarte leere banden bij elkaêr gebonden, maar zo de doode ongehuwd is, dan zijn 'er witte en zwarte linten omgebonden. Op voornaame Plaatzen is dit Stroo zeer netjens gemaakt, en men kan die bosſchen huuren, zoo als te 's Bosch, waar dit verhuuren van die Stroobosſchen alleen een Voorrecht is van het Hervormd Weeshuis. – Ook zijn 'er Dorpen, waar men, zoo dra 'er iemand geſtorven is, eene groote Lantaarn zonder Licht buiten aan de deur hangt. Dit zinbeeld vind ik aartig, het ſchetst, dunkt mij, niet ongepast, dat de Lamp des levens van een' ſterfling is uitgebluscht. – Als een doode begraaven word, legt men een zwart kleed over de Kist, ſomtijds ook wel, gelijk ik meer dan eens zag, eene wolle Deken, en brengt hem zoo ten grave; doch is de doode een Kind of ongehuwd, dan neemt men een wit linnen Laaken, verſiert hetzelve met bloemen, linten enz., hoe bonter hoe mooiër, en gebruikt hetzelve tot een Baar- of Doodkleed.

Zo ik wel heb, trekken de Praeceptors van de Latijnſche Schoolen te Helmond, Eindhoven enz. hunne wedde uit dit Gewest; dus moeten alle Inwooners der Majorij daartoe betaalen, ſchoon men deeze Schoolen zeer wel konde misſen, maar dit geſchied, om toch Roomſche Schoolen

te

L5