Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/191

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 171 )

uitgedoscht, deeze werpen allerlij klein Gebak onder de Kinderen, die hen in menigte, met hoop en vrees bezield, naarvolgen, en denken – dat dit de waare St. Nikolaas is. Deeze plegtigheid houd men vooräl te Eindhoven en te Osch. Te Geldorp kent men St. Nikolaas niet, maar de Kinderen vieren een dergelijk Feest in de helft van den veertigdagſchen Vasten, en dit noemen zij: den Heer van half Vasten. Op ſommige Dorpen loopen de Schoolkinderen rond met Ratels en Stokken, maaken een ijslijk geraas, verzoeken aan elke deur Paascheiëren of Geld; welke dan naderhand door den Schoolmeester onder hen verdeeld worden. Dit geſchied gewoonlijk weinige dagen voor Paſchen.

Men rijd op veele Dorpen, op Vastenävond, de Gans. Eene levendige Gans, welkers hals met Zeep beſmeerd word, word met de pooten aan een touw, het geen zoo hoog geſpannen is – dat er een Man te Paard onder door kan rijden, gehangen. Men rijd dan, veeltijds half dronken, 'er onder door, en tracht den kop van de Gans af te trekken, en wien dit gelukt, die heeft de Gans. Dit is een teken van groote wreedheid, want hoe meer de arme Gans ſchreeuwt, hoe langer zij gemarteld word, hoe grootere vreugde en genoegen voor de aanſchouwers. Men ſmeert den hals met Zeep, op dat het ongelukkig Dier zoo veel te langer te lijden heeft, want dan kan men den kop niet wel vast houden.

Men is op ſommige Dorpen gewoon, om op het Feest van Joännes den Dooper, den 24 van

Zo-