Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/193

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 173 )

zij hebben geene Voorrechten. In alle Vlaandels der Schutterijen en Gilden ziet men een groot Bourgondisch Kruis, zijnde dit zijnen oorſprong aan de Bourgondiſche Hertogen verſchuldigd; in deszelfs midden ſtaat het afbeeldſel van den Heiligen, aan wien de Schutterij is toegewijd. – Te Helmond en Eindhoven zijn Schutterijën, welke niet met den Snaphaan, maar met Boogen naar den Papegaai schieten; deeze zijn ongetwijfeld de oudſte in de Majorij. – De geen, die den Papegaai van den Schutsboom ſchiet, is Koning (herinner U, wat ik U hieröver in mijne voorige Reize geschreeven heb); doch als dezelfde Persoon den Vogel in drie onderſcheidene achteréénvolgende jaaren afſchiet, dan krijgt hij den naam van Keizer; hij ontvangt zijne drie Zilveren Schilden, die hij aan de Schutterij moest geeven, weder te rug, en draagt die, ten teken zijner waardigheid, elken Kermis op zijne Borst, ook is hij vrij van alle verteeringen, die in de Schutterij gemaakt worden, de andere Leden derzelve moeten alles voor hem betaalen.

Als iemand Ondertrouwen zal, en ten dien einde zich naar het Raadhuis begeeft, is hij altijd verzeld van eene menigte Menſchen, naamlijk ongetrouwde, van beide Sexe. – Veele losſen dan hun Geweêr ter eere van Bruidegom en Bruid, of onthaalen dezelve dan, benevens allen, die hen verzellen, in het openbaar op Straat met Jenever of Brandewijn met Suiker. Dit was van te vooren zeer ſtreng verbooden, en te recht,

wijl