Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/253

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 233 )

Vriend daar ook heenen wil, den Roomſchen verbieden, niet alleen in de Majorij, maar overäl, dat hunne Vrouwen geene Kruisſen aan den hals mogten draagen, dit immers is ook een uitwendig Godsdienst-teken, en ergert mij als Proteſtant, en ook anderen geweldig; ook moest men niet toelaaten, dat de Roomſchen in de Majorij met gewijde Kaarsſen en Pater-nosters langs ſtraat loopen, gelijk zulks aldaar, volgends het bericht van mijnen Vriend, geſchied. – Weläan dan! wil men de Kruisſen behouden, men laate dan ook de Proteſtantſche Leeräaren met Mantel en Bef wandelen, waar zij willen, want dit is volſtrekt geen teken van Godsdienst, maar alleen eene veröuderde mode. Onze oude, braave, een vouwige, deftige Vooröuders gingen alle met Mantel en Bef. – Maar UE. zult zeggen: dit "ſtrijd tegen de gelijkheid." Wel nu! – Laat dan de Roomſche Priesters die ook draagen, als zij zoo zeer op de gelijkheid geſteld zijn. Wat ſteekt hier in? Ik zal het graag zien; het ſtaat in mijnen zin deftig. Ik wilde dus de Roomſche Priesters 'er wat deftiger doen uitzien, en hen hierdoor beter doen onderkennen, dan aan hunne dikke roode Koppen en vet gemeste Buiken. – Misſchien zult UE. tegenwerpen: "Wil men de gelijkheid, waaröm draagen de Predikanten dan maar geene Misklederen?" Ik antwoord hier op: dat het veel gepaster is, en veel meer goedkeuring zou wegdraagen bij de meesten, zo de Minderheid zich naar de Meerderheid ſchikte,

dan
P5