Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/65

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(45)

dit Dorp, en wandelde over Zoerendonk weder te rug. – Terwijl ik U dit met een bloedend hart verhaal, herinner ik mij de woorden van Mevrouw Chapone[1], welke mij wel der moeite waardig scheenen, om ze voor U af te schrijven. – Hier zijn ze! "Kunnen zij, die door wreedheid aan zich zelven of aan hunne medeschepselen, – door ijslijke pijnigingen, hunner ligchaamen voor de zonde hunner zielen, – of door nog ijslijker vervolgingen van anderen om verschillende gevoelens, Gode meenen te behaagen, gezegd worden, in den waaren God te gelooven? Hebben zij zich niet in hunne gemoederen verbeeld een' anderen God, die eer en meer naar het ergste dan naar het beste aller Wezens gelijkt?" – Hoe toepaslijk zijn deeze gezegdens op de Roomssche Majorijënaars! – !!

Niet ver van Budel ligt Gastel, het geen ik ook eens bekeeken heb, doch het levert niets aanmerkenswaardig op. Eertijds stond hier een Kasteel, op hetwelk de Baronnen van Kanendonk (de Baronnie van Kranendonk bestaat uit de even gemelde Dorpen: Budel, Gastel, Maarheeze en Zoerendonk) zich dikwerf ophielden, en met de jagt vermaakten, doch in 1673. lieten het de Franschen springen; men ziet nog eenige ruïnen van hetzelve. Hierbij ligt ook het Kranendonkische Bosch, doch hetzelve heeft veel geleeden in

1795.,
  1. Brieven ter verbetering van het gemoed. I. Brief, Bladz. 6,