Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/91

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 71 )

men; alles was vrolijk. – Ik verheugde mij in het begluuren eener opgaande Zon, in het beschouwen der bedaauwde kruiden en planten, in het gezang der vrolijke Boschbewooners. Alles wat ik zag en hoorde, alles verrukte mij. – Ik zettede mij op het gras ter neder, en vervaardigde voor U in weinige oogenblikken dit

 MORGEN-LIED.

 De Maan verdwijnt, de graauwe nevel
 Dekt de aard' niet meer voor ons gezigt;
 Der sterren-glans verbleekt, de Zonne
 Roept elken Sterfling tot zijn' pligt.
 Hanewinckel, Tweede reize,Gedicht regel.jpg
 De lucht hult zich in purper-kleuren,
 Terwijl de morgen vrolijk lagcht;
 En voor de glanssen, die hem sieren,
 Wijkt ijlings weg de sombre nacht. –
 Hanewinckel, Tweede reize,Gedicht regel.jpg
 Aan de Ooster-kim rijst, vol van luister,
 De lieve koesterende Zon –
 De wolken schitteren – Welke een' schoonheid!! –
 Door 't licht van deeze levens-bron.
 Hanewinckel, Tweede reize,Gedicht regel.jpg
 De Roos verspreid vernieuwde geuren,
 Nu morgendaauw haar blaadjens dekt;
 Terwijl 't Viooltje, in 't gras verschoolen,

 Door zijnen reuk onze aandacht trekt.

De

E4