Pagina:Vergif.djvu/128

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
130

slagen heeft. Het begint met het trotseeren en het beleedigen van zijn leeraren, dan groeit men zijn vader en moeder over het hoofd en ten laatste wil men zich zelfs niet meer buigen voor Onzen Lieven Heer! Maar weet je wel wat voor lui dat zijn, dezulken? dat zijn misdadigers, het uitschot van de maatschappij, die de wetten trotseeren en onze gevangenissen vullen. "Wat er van daag met jou gebeurd is heeft me meer ontroerd dan ik je zeggen kan; ik ben noch in staat om je af te brommen, noch om je te bestraffen; ik weet zelfs niet of ik zulk een zoon op den duur wel in mijn huis kan houden."

En daarmee ging hij de kamer uit.

Het was een wel doordachte speech van den professor en die deed zijn uitwerking.

Op zijn eenzame wandeling had Abraham zich van alles voorgesteld,—al het ergste dat hij zich aan vermaning of straf kon bedenken; maar dit overtrof nog alles. De bezorgde, bedroefde toon, de harde woorden en dan ten slotte de vreeselijke mogelijkheid dat hij misschien het huis uit zou worden gestuurd—weg van moeder;—toen eerst begon hij zoo tot zichzelf te komen, dat hij in tranen uitbrak, zich lang uit op de kanapé wierp en hard huilde. Wat kwam het hem nu onbegrijpelijk voor,—al wat hij gedaan had; wat moest er nog van hem worden?