Pagina:Vergif.djvu/138

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

140

hebben de zaak nu overlegd—wij—je ouders en de school; en we zijn tot het besluit gekomen dat we willen beproeven om je te behouden en je zoo mogelijk nog tot een goed en bruikbaar mensch te maken."

Abraham wierp zich in de armen van zijn vader en snikte luid. Zij hadden hem tot in zijn binnenste verschrikt; hij had gedacht dat hij in den vreemde zou worden gezonden; hij had gedacht—ja, welke griezelige dingen had hij al niet gedacht in de uren die hij wakker in zijn bed lag! En nu dat hij blijven mocht, leek de goedertierenheid en de zachtheid van zijn vader hem zoo overweldigend!

De professor gaf dien indruk tijd om zich te vestigen en zei daarop: "Ja, laat ons nu hopen dat je met de hulp van Onzen Lieven Heer ons niet dikwijls meer zóóveel verdriet zult doen."

Neen, dat zou Abraham zeker niet! hij voelde zich zoo gebroken en zoo vernietigd en zoo dankbaar voor de vergiffenis; hij zou nooit een bewijsje van oproerigheid meer geven.

Maar in het huis van mevrouw Gottwald met de kleine kamers was het stil en droevig; de bel van de deur was omwonden en zij had een juffrouw genomen om in den winkel te helpen.

Want het werd erger met kleinen Marius. Dokter Bentzen had aan professor Lövdahl gezegd dat