Pagina:Vergif.djvu/148

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
150

kleinen Marius' beste vriend; en zij had zoo heelemaal geen familie.

Maar de rector had er zich tegen verzet; Abraham kreeg alleen permissie om met zijn kameraden in één troepje te volgen; en hij mocht blij zijn dat hij daar nog permissie toe kreeg.

En zoo gebeurde het dat de heele school en daardoor een groot deel van de stad een somber vermoeden kreeg, dat er iets niet richtig was met dien Abraham Lövdahl.

De professor moest zich zelf in houden om zijn zoon niet te gauw vergiffenis te geven; hij was zoo blij dat zijn methode zich zoo weldadig bewezen had en hij voelde in den grond zooveel medelijden met den armen jongen, die zoo alleen voortging met aller oogen op zich gericht. Eindelijk kon hij zich niet meer bedwingen en begon hij met een flauwen glimlach en een paar vriendelijke woorden.

Die eerste lachjes daalden op Abraham neer als een regen van gelukzaligheid. Er was toch maar niemand zooals vader; en minder dan ooit kon hij begrijpen, hoe hij zulk een vader zooveel verdriet had kunnen doen.

Nu begon hij in de kleinste kleinigheden te beproeven of hij een prijsje kon veroveren; hij werd aan tafel oplettend en dienstvaardig en zette 's avonds vaders pantoffels gereed; en toen