Pagina:Vergif.djvu/158

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

160

dat de geliefde zoon voor den katheder stond; maar daarna verzonken zij allen in een warme behagelijke onverschilligheid die zou duren tot de rector zijn rede begon.

Maar voor de kleintjes was het voorlezen van de gedragslijsten iets heel anders. Eergierigheid en schroom, teleurstelling en vertwijfeling, tot zelfs stompheid toe; afgunst en haat, trots en leedvermaak—zelfs wraaklust,—dat alles ging door die opeengepakte rijen van kleine hoofden; het was een ware oefening voor het leven om zich met de ellebogen vooruit te werken, elkaar vóór te komen, al was het ook maar met een enkel nummertje; gelijkheid en kameraadschap moesten vergeten worden, om hen aan de gedachte te wennen, dat zij met de anderen streden om rang en om lof; zij leerden afgunstig te zijn op wie boven hen waren en te verachten wie beneden hen bleven.

En evenmin als er in heel het lange jaar iets gezegd of gedaan werd waardoor de moeielijke verwerving der wetenschap een vroolijke en broederlijke gemeenschappelijke arbeid kon worden, zoo werd er nu op het eind evenmin met een woord gesproken over de wetenschap die gelijkheid en broederzin kweekt; maar die wetenschap zelf werd integendeel gebruikt om allen precies te rangeeren en te nummeren in hoogen en lagen.