Pagina:Vergif.djvu/160

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
162

Maar deze verroerde zich niet en vertrok geen spier; hij was zoo bang dat iemand denken zou, dat hij niet stil zat. Abraham dacht er maar vooral aan dat hij No. 2 was geworden; zoo hoog op was hij nog nooit geweest; en intusschen ontwikkelde de rector hoe de school een voorbereiding moest zijn voor het leven, en vóór alles de weg tot zedelijkheid.

"Die uitdrukking," ging hij voort, "die bij onze oude leermeesters, de Grieken en Romeinen, de beteekenis had van het hoogste en het edelste in de beschaving, is slechts een zwak beeld van het doelwit der beschaving, dat wij voor oogen moeten hebben. Want over ons schijnt de zon der openbaring; voor ons schemert niet slechts door den mist van het aardsche leven een hooger bestaan aan de andere zijde van dat leven;—maar voor ons is er een uitzicht geopend, licht en vrij en heerlijk, op een hemelsch vaderland. Het is niet alleen tot burgers, niet alleen tot menschen, maar allereerst tot christenen, dat onze jongens gevormd moeten worden. De wetenschap moet verlicht worden door den godsdienst en al haar waarheden moeten daarin haar uitgangspunt, haar beteekenis en haar einddoel vinden."

De kleintjes zaten gebukt van slaap, van warmte en door die lange rede die even saai was als een preek. De zomerzon scheen door de dunne blauwe