Pagina:Vergif.djvu/167

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
169

dat ik zou willen dat mijn jongen aangenomen werd, zooals het hoort en zooals het gebruik is."

"Hoe kun je me aankomen met behoorlijkheid en gebruik, Carsten, in een zaak zoo ernstig als deze!"

"Laten we trachten over die ernstige zaak te spreken zonder heftigheid, lieve Wenche, want heftigheid leidt tot niets goeds. Bedenk ook eens of je wel het recht hebt om je zoon een exceptioneele positie te geven die hem in vele opzichten lastig en hinderlijk kan zijn in zijn leven."

"Het is juist een groote weldaad die ik mijn zoon wil bewijzen, door hem tot een uitzondering te maken te midden van alle andere huichelaars en leugenaars."

"Groote woorden, kleine Wenche! je schijnt te denken dat je zoon nooit anders kan zijn of worden dan een stuk van je zelf."

"Wat bedoel je?"

"Heb je nooit aan de mogelijkheid gedacht dat Abraham Christen kon worden? Ja,—ik weet wel wat je zeggen wilt: je hebt nu eenmaal niet veel geloof in mijn Christendom; maar kun je je niet voorstellen, dat Abraham misschien wel een oprecht Christen kan worden?"

"Ja," antwoordde mevrouw Wenche in gedachten en zij zag voor zich; "daar heb ik dikwijls aan gedacht; en je moet niet denken dat