Pagina:Vergif.djvu/194

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

196

met wat anders; pas nu op; niet in het wezen, zooals gezegd is, maar in zekere—"

"Maar in zekere persoonlijke innerlijke dingen, zooals—zooals—als kleeren, schoenen, eten en drinken, huis en tehuis, echtgenooten, kinderen, landerijen, vee—"

"Neen, neen—neen Mons! nu ben je weer in wat anders verward;—die eigen zijn—"

"die eigen zijn ieder voor zich; namelijk de Vader die uit niets ontstaat, verwekt zijn Zoon uit de eeuwigheid; de Zoon wordt uit den Vader geboren en de Heilige Geest gaat uit van hen beiden. Dat alles is zoowel zeker als waar—"

"Neen, neen, Mons! al dat is van het geloof—"

-"al dat is van het geloof het diepe geheim dat ons verstand nooit kan doorgronden."

"Goed zoo, Mons Monsen!—je bent een flinke jongen, als je je zelf maar een beetje tijd wou gunnen; maar je praat zoo verschrikkelijk gauw dat je van je stuk raakt. Hier is er een klein verschil in de boeken—misschien hebben de leerlingen van de latijnsche school het al gemerkt," zei de proost tegen Abraham; „velen van de jongens van de volksschool en uit de plattelands gemeenten hebben uit een oudere editie geleerd."

Dat was ook een eigenaardigheid van proost Sparre, die de andere predikanten bewonderden of waaraan zij zich ergerden.