Pagina:Vergif.djvu/200

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
202

zoo'n goeden voet met proost Sparre te staan; en hij was nu alleen maar bang voor dien morgen, waarop zijn moeder bij hem binnen zou treden om hem tot een oprechte biecht te dwingen. Hij stelde zich dit tooneel zoo vaak voor, dat hij haar als het ware de deur binnen zag komen en wat moest hij dan antwoorden?

Zelfs de voorbereiding tot de aanneming kon hem op geenerlei wijze ernstig stemmen, laat staan diep aangrijpen; en hij wist dat hij zijn moeder slechts met ernst tegemoet kon treden; de minste poging tot veinzen zou zij dadelijk ontdekken.

Intusschen—het was nu nog maar herfst en het duurde nog lang eer het Paschen was.

Abraham kwam langzamerhand tot de ontdekking dat Broch een goed kameraad was; zij gingen het meest met de hoogste afdeeling van de klasse om, met hen die het volgende jaar naar de universiteit gingen; zij rookten en speelden kaart en wandelden 's avonds met meisjes.

Er was iets in Abraham, wat hem ophield en hem een positie gaf, zelfs onder oudere kameraden.

De onderdrukte lust tot oppositie die in hem was, vond een anderen uitweg in spotternij en ridiculiseeren. Hij verkocht aardigheden over ernstige en over godsdienstige onderwerpen; op school en thuis was hij kalm en eerbiedig, maar in een