Pagina:Vergif.djvu/246

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

248

Maar mevrouw Wenche's laatste avond werd nauwkeurig nagegaan; waar was zij toch geweest?

De vrouw van den commissaris van politie kon al gauw ophelderen dat zij bij Mordtmann geweest was;—zeker maar kort; maar tien minuten worden er gauw twintig als men er een beetje aan trekt. En dan—je kunt in elk geval een heele boel afspreken in korten tijd. En Mordtmann was dienzelfden avond naar Bergen vertrokken.

De vraag, de groote vraag was nu, waar mevrouw Wenche geweest was van een beetje over negen tot een beetje over elf? Kijk,—dat was het ergste: de boot naar Bergen vertrok eerst te middernacht.

Maar daar moesten nu en mevrouw With en mevrouw Bentzen bekennen dat zij wisten,—heel zeker wisten,—want zij hadden er beiden naar geïnformeerd, dat mevrouw Wenche den avond had doorgebracht bij die zoogenaamde mevrouw Gottwald, die zij wel meer bezocht; mevrouw Wenche hield zich altijd het liefst op met menschen, waar iets niet recht mee in den haak was. Dat vernietigde de combinaties van de vrouw van den commissaris van politie en maakte een eind aan de navorschingen. Mevrouw Gottwald had er zelfs bijgevoegd, dat de professorsvrouw zich den heelen avond al heel onwèl had gevoeld.

Dien avond was mevrouw Gottwald naar Marius