Pagina:Vergif.djvu/92

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

94

heid wies naarmate het gesprek voortging, zonder dat hij iets kon vinden om zich op te wreken.

"Ja, natuurlijk moeten zij bescheid weten in de wetgeving van hun land en leeren op welke wijze en door wie recht en orde gehandhaafd worden. Maar vraag bijvoorbeeld eens aan mijn Abraham,—anders een knappe jongen,—wat eigenlijk een distriktvoogd is:—hij weet er niets van!"

"Maar vraag hem naar curules, aediles, tribuni plebis en meer van de Romeinsche rechtspraak, dan kan hij u die precies uitleggen," zei Mordtmann.

"Ja, kijk, van al dien rommel heeft hij zijn hoofd vol—de stakker! maar van zijn eigen land en staatsinrichting, en zijn strijd om vrijheid..."

"Politiek!—Moeten de jongens ook al politiek leeren?" klonk het veelstemmig en een nieuwe koortsige ijver greep allen aan.

"Natuurlijk! Zeker moeten ze politiek leeren," zei Mordtmann onversaagd.

Er ontstond groote beroering en langzamerhand zelfs verontwaardiging; zelfs mevrouw Wenche keek een beetje bedenkelijk; maar boven allen uit riep de blinde darm met een hooge piepstem: "God beware me! wat?—moeten we nu ook nog dat spektakel hebben dat de jongens politiek debatteeren, alsof ze volwassenen waren?"

"Vindt meneer de adjunct het meer voorkomende