Pagina:Verzameling van verslagen en rapporten behoorende bij de Nederlandsche Staatscourant vol 1920 no 028.djvu/3

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
V R 28
3

luidde en ongewijzigd als advies der Afdeeling den Minister ten antwoord gezonden werd.
 e. Eene missive d.d. 16 December 1919. no. 4476, Afd. K. W., met verzoek om bericht en raad aangaande een request van de z.g . Maascommissie, welke op initiatief van eenige Nederlandsehe wetenschappelijke genootschappen werd ingesteld, met het doel om te komen tot een onderzoek naar de veranderingen, die in de fauna en flora van de Maas zich zullen voordoen ten gevolge van de kanalisatie dezer rivier. In dat request werd voor het genoemde doel gedurende een tijdvak van twee en een half jaar een Rijkssubsidie ge­vraagd van f 5000 ’s jaars of, wel een subsidie in eens van f 12 500. De Voorzitter stelde het request in handen van de heeren J. F. van Bemmelen, J. C. Schoute en C. Ph. Sluiter met verzoek om prae-advies, dat in gunstigen zin werd uit­gebracht in de Januari-vergadering, ongewijzigd door haar werd overgenomen en als advies der Afdeeling aan den Minister gezonden is.
 f. Eene missive d.d. 14 Januari 1920, no. 224, Afd. K. W., met verzoek om bericht en raad aangaande een request van het Bestuur van het Wiskundig Genootschap „Een on­vermoeide arbeid komt alles te boven”, te Amsterdam, om eene jaarlijksche Rijkssubsidie van f 1000, ten einde de inter­nationale werkzaamheden van het Genootschap te kunnen voortzetten op een wijze, welke in overeenstemming is met de rol, die Nederland op wetenschappelijk gebied dient te vervullen.
 Door den Voorzitter werd dit request gesteld in handen van de heeren J. C. Kapteyn, C. Lely en W. H. Julius, met verzoek om prae-advies, dat werd uitgebracht in de Februari-vergadering, ongewijzigd door haar werd overgenomen en als advies der Afdeeling aan den Minister is kenbaar gemaakt.
 g. Eene missive d.d. 23 Januari 1920, no. 283. Afd. K. W., om bericht en raad over een schrijven aan den Minister van Prof. F. J. J. Buytendijk, te Amsterdam, waarin deze de hulp der Regeering verzocht voor het in stand blijven van het anthropoiden-station te Teneriffe. Ter toelichting van dit verzoek was aan het schrijven toegevoegd een uitvoerige brief van dr. W. Köhler, den leider van dit station.
 De Voorzitter stelde de stukken in handen van de heeren H. Zwaardemaker, J. F. van Bemmelen en E. D. Wiersma, met verzoek om prae-advies, waarop den 20sten Februari 1920 van den Minister bij Zijner Excellenties schrijven van dien datum, no. 778, Afd. K. W., met verzoek om bericht en raad, nog ontvangen werd een later ingekomen schrijven van dr. von Waldeijer Hartz, lid der Pruisische Akademie van Wetenschappen en Voorzitter van het Curatorium der aan