Pagina:Winkler-Zand en duinen (1865).djvu/133

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
121
INSEKTEN DER DUINEN.

vijvers nabij den duinkant gevonden, doch een eigenlijke duinbewoner is dit fraaije diertje niet, en derhalve komt eene beschrijving daarvan hier niet te pas.


DE INSEKTEN DER DUINEN.


Na de zoogdieren, vogels en kruipende dieren der duinen beschouwd te hebben, zouden de visschen aan de beurt zijn, als er slechts visschen in of op zand leefden, doch daar er geen enkele visch bekend is die niet zijn leven in het water doorbrengt, zoo gaan wij over lot eene korte beschouwing van eenige insekten der duinen. Eenige insekten, zeide ik, en waarlijk wij zullen ons tot eenigen moeten bepalen: er zijn er zooveel soorten, en daarvan zooveel die slechts nu en dan op de duinen gezien worden, en nog veel meer die behalve op de duinen op eene menigte andere plaatsen voorkomen, dat wij hier ons oog slechts kunnen slaan op een veertigtal der meest voorkomenden of belangrijksten, of die uitsluitend duinbewoners zijn. Men verwachte dus niet dat wij hier alle soorten van gelede dieren die op onze duinen voorkomen, zullen beschrijven. Het ontelbare getal toch der insekten maakt zulks hier onmogelijk. Ga op een zomerdag naar de duinen en zie hoe uw pad als bezaaid is met blinkende kevertjes en torretjes; zie hoe geheele wolken van muggen als in de blaauwe lucht dansen; hoor hoe overal u het gegons en gebrom en gepiep van velerlei insekten, van bijen, hommels, muggen en krekels omringt! En hoe velen zijn er bovendien die wij nog niet zoo ligt gewaar worden als de