Pagina:Winkler-Zand en duinen (1865).djvu/146

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


vvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvv

 

DE PLANTEN DER DUINEN.



Wij zouden eene beschouwing van de planten der duinen gereedelijk kunnen beginnen met de plant die het meest op de duinen groeit, namelijk met de helmplant, doch daar wij over deze reeds uitvoerig in een vorig hoofdstuk gesproken hebben, gaan wij, om in geen herhalingen te vervallen, terstond over tot eene andere plant die ons al wandelende over de duinen weldra in, het oog valt, namelijk de kleine wilg die den bijnaam van den kruipenden draagt, Salix repens. Hij heeft roodachtige nederliggende takken, en zijne bladeren zijn spits langwerpig, en zoowel van onderen als van boven zijdeachtig behaard. Volgens Prof. Oudemans is de wilg der duinen eene verscheidenheid van den gewonen kruipwilg onzer heiden, die van boven gladde bladeren heeft; en Prof. Van Hall zegt dat men den wilg der duinen ten onregte wel eens als eene afzonderlijke soort beschreven en zandwilg, Salix arenaria, genoemd heeft. Hij wordt niet gekweekt, maar is wegens het liggen zijner takken op het zand en zijne ver uitgespreide wortels geen onbelangrijk gewas tot het groenmaken onzer duinen.