Pagina:Winkler-Zand en duinen (1865).djvu/55

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
43
BEGROEIDE DUINEN.

dan voorzeker zouden zij een bijzonderen naam ontvangen hebben, zoowel in het oudnoordsch als in het oudhoogduitsch. Zoo lang zij met bosch begroeide hoogten waren behoefden zij geen bijzonderen naam, maar zoodra zij schadelijke dingen werden ten gevolge van de uitroeijing der bosschen die het zand vasthielden, verkregen zij eene nieuwe beteekenis en daarmede een eigen naam.

Als de natuur duinen opbouwt ter bescherming van de zeekust, dan zorgt zij ook voor het beschermen en in stand houden van de duinen zelven, zoodat zonder de tusschenkomst van den mensch die heuvels misschien wel niet eeuwigdurend zouden zijn, maar toch bestendig bestaan blijven en slechts zeer langzaam van gedaante en plaats zouden veranderen. Als zij eens met boomen, heesters en kruiden begroeid zijn, ondergaan de duinen geen zigtbare verandering, behalve hier en daar ten gevolge van het langzame ondermijnd worden van den buitenrand, of door dat er toevallig gaten in vallen, hetzij door het graven van het konijn of het omwaaijen van boomen met wortel en al; maar al die oorzaken doen niet veel schade zoolang de duinen slechts in den omtrek van de breuk met een plantenkleed zijn bedekt.

Voordat de kustlanden bewoond werden door beschaafde en derhalve vernielende menschen, schijnen de duinen overal door bosschen beschermd te zijn geweest, waardoor de winden in beide rigtingen zeewaarts en landwaarts gebroken werden; zij schijnen door de natuur bekleed te zijn geworden met een digten plantengroei van verschillende planten, grassen, heesters en boomen die