Pagina:Winkler-Zand en duinen (1865).djvu/57

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
45
TEGENGAAN VAN HET VERSTUIVEN.

En wat doet men nu om dat verstuiven en verplaatsen der duinen tegen te gaan? Onze hollandsche duinen worden soms voor de verwoesting der zee beschermd door een steenglooijing of door paalwerken, en de zijdelings loopende vloedstroom, die hunnen voet ondermijnt, wordt hier en daar gebroken door dwars in zee loopende steenen hoofden of dammen die van den voet der duinen tot laagwaterpeil loopen, maar de vele onkosten om die dingen te maken en te onderhouden beletten dat zulks overal gebeurt. De voornaamste middelen om het verstuiven tegen te gaan en het zand vast te houden, zijn—wij spraken er reeds boven met een enkel woord over—het groen maken, dat is het beplanten der duinen en het weren van dieren die planten eten en in den grond graven. Dat er hier en daar op kale, aan den wind blootgestelde plaatsen rijen van stroowisschen in het zand gestoken worden, is geen afdoend maar slechts een voorloopig middel; het houdt het zand slechts tijdelijk vast, want het stroo vergaat, doch in den tusschentijd kan er gelegenheid ontstaan voor zaadkorrels van planten om tusschen die stroowisschen te ontkiemen. Doch er zijn vele soorten van planten—mossen, korstmossen, grassen, heideplanten, heesters en boomen—die in los zand tieren, en die als zij slechts weinig beschermd worden weldra groote uitgestrektheden bedekken en met hunne wortels het zand bijeenhouden. Als die plantengroei eenigen tijd bestaande blijft, vormen de elk jaar afvallende en verrottende plantendeelen weldra eene laag teelaarde, dik genoeg