Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/263

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

PRIMULA AURICULA Linn.

Nat. familie:

PRIMULACEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

PENTANDRIA MONOGYNIA (Vijfmannige-Eénwijvige)[1].

 

 

Men behoeft in zijne herinnering niet zeer ver terug te gaan; men behoeft niet veel kennis van planten te bezitten of er zich veel mede te hebben beziggehouden, om te weten, dat, sedert de laatste vijfentwintig jaar, de smaak voor bloemen eene aanmerkelijke wijziging heeft ondergaan. Dat de liefhebberij daarvoor afgenomen zou zijn, gelijk ik wel eens hoorde beweren, is bepaald niet waar; deze meening rust trouwens op eene pessimistische beschouwing, waarbij men slechts de keerzijde der medaille ziet, en alleen let op het goede waarin men zich vroeger verheugde, en 't welk nu voorbij is, zonder oogen te hebben ook voor 't goede wat er voor in de plaats kwam.

Waar men vroeger een of twee plantengeslachten in een liefhebberstuin door een groot aantal soorten, en niet zelden een verbazend aantal verscheidenheden vertegenwoordigd zag, waaraan de eigenaar, hij mogt overigens van planten in algemeen hoegenaamd geene kennis hebben, de grootste zorg wijdde, en aan de completeering van welke collectie hij niet zelden veel ten koste legde, treft men dit thans nog maar hoogst zeldzaam, ja men kan wel haast zeggen in 't geheel niet meer aan, wijl men tegenwoordig meer prijs stelt op verscheidenheid, en daarom liefst zoo veel mogelijk planten wenscht, die niet alleen tot verschillende geslachten, maar ook tot verschillende familiën behooren; wat trouwens ook veel meer overeenkomt met den meer smaak-


  1. Zie de noot onder bladz. 13.
41