Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/275

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

TRILLIUM GRANDIFLORUM Salisb.

Nat. familie:

SMILACEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

HEXANDRIA TRIGYNIA (Zesmannige-Driewijvige)[1].

 

 

Prachtig?

—"Hm!....

—"Mooi?...

—"Dat is betrekkelijk.

—"Sierlijk dan?

—"Ja, en nog eens ja. Zeer sierlijk zelfs.—

Ziedaar ongeveer de classificatie waartoe men komen zou, wanneer er sprake was deze plant uit een zoogenaamd schoonheidsoogpunt te schatten.

Het spreekt wel van zelf dat alle planten, alle aanbevelenswaardige planten niet alle even prachtige bloemen hebben; dat ze niet alle even aanbevelenswaardig zijn om dezelfde reden.

Dat deze het intusschen is, hieraan kan—of ik zou mij al zeer moeten bedriegen—in geene deele getwijfeld worden.

We willen deze sierlijke plant, die, ofschoon reeds voor meer dan anderhalve eeuw in Europa ingevoerd, alles behalve algemeen bekend is, eens wat van naderbij beschouwen; alligt wordt deze en gene onder mijne lezers daardoor opgewekt haar in natura te leeren kennen.

Het geslacht Trillium, een lid van de niet zeer talrijke familie der Smilaceën, waartoe ook


  1. Zie de noot onder bladz. 37.—De Orde der Driewijvige bevat alle Zesmannige gewassen in welker bloemen drie stijlen aanwezig zijn.
43