Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/431

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
 

VIOLA TRICOLOR Linn. var. GRANDIFLORA.

Nat. familie:

VIOLARIEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

PENTANDRIA MONOGYNIA (Vijfmannige-Eénwijvige).[1]

 

 

Ik heb lang geaarzeld of ik het driekleurige Viooltje in deze verzameling op zou nemen. Waarom weet ik eigenlijk zelf niet, want het is toch inderdaad een der liefste en dankbaarste tuinplantjes die ik ken.

Ze bloeiden intusschen maar voort, onafgebroken, van de eerste zomerdagen af tot laat in den herfst, zoodat ik er ten laatste eenige aan onzen teekenaar gaf, met de woorden: „Zie wat ge ervan maakt."

Ik vreesde namelijk, dat hij te ver beneden de waarheid zou moeten blijven; dat is mij echter nog al meêgevallen, wat daarom niet zeggen wil, dat hij er volmaakt in geslaagd is die zachte fluweeltint getrouw terug te geven. Ook in dit geval is 't niet mogelijk de natuur na te volgen.

Hij gaf ze echter zoo getrouw mogelijk terug; 'twelk juist de reden zal zijn, dat sommige liefhebbers, die beweren dat een Viooltje, waarvan de bloem niet zuiver cirkelrond is en de bloemblaadjes geen volkomen gelijken rand hebben, niet deugt, deze zullen afkeuren.

Er valt omtrent de verschillende deel en van dit lieve plantje nog al 't een en ander mee te deelen, waarom ik mij hoofdzakelijk hiertoe bepalen zal.

De familie der Violariéën is niet zeer uitgebreid, terwijl men er in de tuinen alleen het geslacht Viola, de type dezer groep, van aantreft.


  1. Zie de noot onder bladz. 13.
69