Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/461

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
 

VITIS ELEGANS C. Koch

Nat. familie:

AMPELIDEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

PENTANDRIA MONOGYNIA (Vijfmannige-Eénwijvige).[1]

 

 

De hier afgebeelde tak behoort aan een Wingerd, die wel is waar hier en daar in de tuinen wordt aangetroffen, maar toch op verre na niet zoo algemeen, als deze inderdaad zeer lieve plant het verdient.

Ik ben verre van in 't algemeen een voorstander te zijn van de tegenwoordig veel te veel gevierde manie voor bonte planten. Is eene plant maar bont, d.w.z. zijn hare bladeren wit of geel gevlekt, dan kan men zeker zijn dat ze ingang vinden zal, onverschillig of ze werkelijk fraai is of niet. 't Is nu eenmaal mode om bonte planten te kweeken, en daaraan wordt, even als aan elke mode, de goede smaak wel eens opgeofferd.

Dit nu in het midden latende, aarzel ik toch geen oogenblik te erkennen, dat er onder die planten enkele zijn, die waarlijk schoon genoemd kunnen worden, en een uitstekend hulpmiddel aanbieden, om aan den tuin eene zeer aangename afwisseling te geven; te aangenamer, omdat men er gedurende den geheelen zomer genot van heeft, terwijl vele bloeijende planten slechts gedurende korten tijd haar meeste schoon ontwikkelen. Door er eenige op goed gekozen plaatsen tusschen of vóór groenbladige gewassen te planten; of, op uitgestrekte terreinen, met ééne enkele fraaije en goed geteekende variëteit zelfs een geheel perk te vullen, kan men een verrassend effect verkrijgen. Niets echter staat leelijker en verraadt meer modezucht en wansmaak tevens, dan een aantal verschillende bontbladerige planten dooreen te plaatsen.


  1. Zie de noot onder bladz. 13.
74